Een leven bij de Sphinx

Oud-werknemer Jo Veugen vertelt

Na alle wereldzeeën te hebben bevaren bij de Koopvaardij, zette Maastrichtenaar Jo Veugen in 1960 voorgoed voet aan wal. Hij trad in dienst bij de Koninklijke Sphinx als hoofd technische dienst en bleef er 34 jaar. “Onze machines waren wereldberoemd!”

Maastricht was de eerste industriestad van ons land. Petrus Petrus Regout (1801 – 1878) – Pie voor vrienden en familie, de ‘Pottekeuning’ voor Maastrichtenaren – was de eerste grootindustrieel. Hij stamde uit een familie van handelaren in aardewerk en porselein. In 1836 startte hij de Sphinxfabriek en daarmee een geschiedenis van meer dan 170 jaar aardewerk. Drie jaar later waren ongeveer 300 werknemers in dienst van de fabriek.

Met de Eerste Wereldoorlog raakte de aardewerkindustrie in een crisis. In de jaren ‘20 ging de directie over tot fabricage van sanitair. De beroemde Sphinx toiletpotten waren een feit. Om aan de vraag te voldoen werd een nieuw fabrieksgebouw gerealiseerd. En zo kreeg Maastricht het Eiffelgebouw dat uitgroeide tot een architectonisch en industrieel icoon. Veugen heeft er met veel plezier gewerkt. Met toen zo’n 3000 collega’s. Een aantal van hen ziet hij nog steeds. Wekelijks komen ze samen in café ‘De Karkol”.“We kunnen zo weer een nieuwe fabriek beginnen”, grapt hij met zijn 80 jaar.

Behalve de bekende serviezen als het Boerenbont en het beroemde sanitair maakte Sphinx ook technisch keramiek. Een hard en slijtvast materiaal dat gebruikt werkt in andere industrietakken. “We haalden machines uit Engeland die we voor onze doeleinden doorontwikkelden. Wereldberoemd werden we ermee”, vertelt Veugen met een vleugje trots. “Op beurzen durfde ik mijn visitekaartje niet af te geven, omdat ik anders overstelpt zou worden met aanvragen.”

Of hijzelf Sphinx in huis heeft? Nee, niet zo veel, zegt hij. Het sanitair natuurlijk. O, en toch ook het Boerenbontservies.

Lees meer over de historie van de Sphinx